Het Spaanse nationale voetbalteam heeft op het WK 2026 een matige start gemaakt met een teleurstellende 0-0 tegen Kaapverdië. Ondanks een duidelijk overwicht in balbezit en talrijke kansen slaagde La Roja er niet in om de hardnekkig verdedigende debutanten te verslaan. Doelman Vozinho redde meerdere keren schitterend, en ook de lat voorkwam een openingsgoal van Spanje.
Dit resultaat is een tegenslag voor de regerend Europees kampioen, die als een van de topfavorieten aan het toernooi was begonnen. Maar een valse start is voor Spanje geen zeldzaamheid: de geschiedenis laat zien dat de Spanjaarden vaak moeite hadden in hun openingswedstrijden. Zo verloor Spanje in 2010 in Zuid-Afrika van Zwitserland, in 2014 in Brazilië van Nederland en in 1998 in Frankrijk van Nigeria. Aan de andere kant waren er ook succesvolle starts, zoals in 2002 tegen Slovenië of in 2006 tegen Oekraïne, evenals verschillende gelijke spelen, waaronder in 2018 tegen Portugal en in 1994 tegen Zuid-Korea.
De nederlaag in 2010 is daarbij een belangrijke waarschuwing: een zwakke start zegt niets over het verloop van het toernooi. Spanje werd destijds ondanks de valse start wereldkampioen, aangevoerd door de latere held Andrés Iniesta. De Spaanse pers blijft dan ook kalm na het doelpuntloze gelijkspel tegen Kaapverdië.
Met één punt uit de eerste wedstrijd behoudt Spanje nog alle kansen, ook al komt de koppositie in groep H hierdoor in gevaar. De volgende wedstrijden tegen Saoedi-Arabië en Uruguay zullen doorslaggevend zijn, aangezien puntenverlies hier zwaarder zou wegen. Coach Luis de la Fuente kan daarbij rekenen op een grotendeels fitte selectie, waarin jonge talenten als Lamine Yamal en Nico Williams extra aanvallende opties bieden.
Al met al blijkt dat de start weliswaar ontnuchterend was, maar dat het WK-avontuur van Spanje nog maar net is begonnen. De ploeg staat voor de uitdaging om haar speloverwicht in de toekomst ook om te zetten in doelpunten en punten.
Bron: persbureaus





